" >

">Dit is een overzicht van oude reviews. Voor recente berichten en recensies kijk op

Honeydoll


Januari 2005

Het vierde album alweer van Jesse Dayton, de Live in Las Vegas bootleg niet meegerekend. Hij was zo druk met touren dat een studioalbum er bijna bij in schoot, maar toch heeft ie er toch een plaat uit weten te persen, ook nog door hemzelf geproduceerd. Hij heeft alles in zich om 'n ster te worden (looks, stem en gitaarspel), maar is nog steeds "too country for Nashville" en geniet nog altijd de cultstatus waarvan ik denk dat die 'm beter past dan het countrysterrendom. Jesse Dayton komt uit een country-nest (wat wil je, geboren in Beaumont, TX en woonachtig in Austin). En met een sporadisch rockabilly-uitstapje met the Roadkings is hij altijd trouw gebleven aan zijn roots. En dat hoor je.

Ik heb al eerder over (live-optredens) van deze meneer geschreven (kijk bij archief maart) maar kom altijd op hetzelfde uit: hij schrijft mooie, leuke, grappige of verhalende liedjes, speelt briljant gitaar. Op cd klinkt het allemaal prima, maar live nog veel beter. Het is eigenlijk jammer dat Jesse nog nooit dat vette Texas-twang geluid op een van zijn studioalbums heeft weten te vangen. Maar dit is het eerste Dayton-album waarbij ik die sound eigenlijk niet zo mis. De muziek is deze keer van een ander soort kaliber dan zijn vorige albums.

Waar de titel van de plaat vandaan komt hoor je duidelijk terug in het nummer It Won't Always Be Like This, (luister hier naar een fragment) waar de blazers sectie overkookt van de soul. Diezelfde blazers komen terug in Just To Get You Off My Mind. (fragment). Dat samen met de achtergrondzangeressen krijg ik bijna Motown-visioenen (met bijbehorende danspasjes). Knap, voor een countryartiest, want nergens klinkt het raar, onwennig of geforceerd.

Naast de soulverrassingen staan er ook nog echte Dayton originals op, zoals Ain't Grace Amazing en Daily Ritual, het bluegrass-achtige Jesus Pick Me Up en een opmerkelijke cover: Just What I Needed van the Cars, maar dan Dayton-style. Verder kan ik enige zelfspot altijd wel waarderen, zoals in het nummer Tall Walkin' Texas Trash

Ik heb meer recensies gelezen over dit album en ze zijn allemaal even lovend. De meesten durven te beweren dat dit album zijn debuut Tall Texas Tales overstijgt en noemen de plaat zelfs 'de country plaat van het jaar'. Zelf ben ik er nog niet helemaal uit, maar het debuutalbum en deze plaat gaan wat mij betreft gelijk op. Zijn debuut klinkt alsof je de eerste take bij een opname hoort. De muziek heeft enkele kleine schoonheidsfoutjes en Jesse's stem is "in your face" zoals hij het zelf noemt. Dit vierde album is op een andere manier geproduceerd. Stem en muziek lijken beter op elkaar afgestemd, maar dat maakt de soms toch al gladde countrymuziek nog gladder en ik weet niet zeker of dat een pluspunt is.

Desalniettemin is het een van mijn recente favorieten en echt een plaatsje in jullie cdkast waard.

PS: Voor de liefhebbers:
Luister hier naar een mp3 van een liveopname van het nooit officieel uitgebrachtte nummer The Dope Smoking Song.


Jesse Dayton, Country Soul Brother
Stag Records november 2004



februari 2005

We zaten er met z'n allen lang op te wachten, maar eindelijk, vijf jaar na zijn laatste studioalbum Horse of a different color (de Live in Berlin cd's en dvd's niet meegeteld) heeft Deville een nieuw album: Crow Jane Alley

Ik weet niet of je van een echte Deville kan spreken; eigenlijk zijn alle geluidsdragers met die karakteristieke stem een echte Deville. Maar hoewel hij verschillende stijlen door elkaar mixt, klinkt deze plaat toch meteen vertrouwd. Het eerste nummer, Chieva (met Los Lobos' David Hidalgo) begint als een jamsessie in een repetitieruimte maar klinkt na de intro als een prima aperitiefje voor de plaat, omdat het meteen de juiste sfeer weet weer te geven.

Het hitgevoelige nummer op deze plaat, die iedereen onbewust mee kan neurien, is Come A Little Bit Closer (klik hier voor een kort fragmentje), bekend door vele uitvoerende artiesten waaronder Johnny Duncan en Jay & the Americans. Dit is zo'n nummer waaraan alles precies klopt. De muziek, de tekst, de stem; prachtig gedaan.
Een ander nummer wat het vermelden waard is is het titelnummer, ter nagedachtenis aan de legendarische producer Jack Nitzsche, met wie DeVille onder andere de klassieke platen Cabretta, Return To Magenta en Coup De Grace maakte.

Wat ik zo knap vind aan DeVille is de manier waarop hij zijn hoogstpersoonlijke stijlmix op 1 plaat weet te persen, zonder dat zijn plaat verwarrend wordt of als los zand aanvoelt. Net zo gemakkelijk weet DeVille een onvervalst rammelende swamp blues (Muddy Waters' Muddy Water Rose Out of the Mississippi Mud) te spelen alsof 't zijn eigen nummer is, zijn bekende tex/mex/latin mix komt voorbij, maar ook een echt countrynummer: (Don't have a) Change Of Heart

Eigenlijk verdient de man gewoon een plek tussen grootheden in tekst en muziek zoals Bruce Springsteen, Van Morrison of Townes van Zandt, al zal hij daar voor sommigen al lang staan. (En terecht overigens!)

Een klein minpuntje: Wie is er verantwoordelijk voor die verschrikkelijke Brian Ferry cover Slave To Love???


Willy Deville, Crow Jane Alley
Eagle Records september 2004


Mei 2005

Okee, hij is al een paar maanden uit, maar op de valreep toch nog een recensie van Devils & Dust, alweer het 19e album van rockvader Bruce Springsteen.

Zoals vooraf aangekondigd ligt deze plaat in het verlengde van zijn roots-albums als Nebraska en The Ghost of Tom Joad. Dat is niet zo gek, want een aantal van de nummers dateren uit die tijd, zoals The Hitter en Long Time Comin'. Springsteen heeft ze van de plank gehaald, gereviseerd en semi akoestisch uitgevoerd.

Dat dit niet Springsteens meest toegankelijke album is verbaast waarschijnlijk niemand. De sfeer is sober, donker en zwaar. Als je dus leuke uptempo E-street deuntjes verwacht dan kom je bedrogen uit. Dit is geen feestplaat, maar een luisterplaat, zoals er maar weinig gemaakt zijn.
Het is even wennen, dat geluid en die sfeer. Maar na meerdere luisterbeurten verschijnt er kleur. Je leert de personages kennen, leeft met ze mee. Springsteen de tekstschrijver is op zijn best op dit album. Zijn gave om aan het begin van een nummer in een regel of twee als een schilder een wereld te creeren, komt op dit album briljant uit de verf. Hetzelfde geldt voor zijn outcasts en desolate figuren die vaak de hoofdrol spelen in zijn nummers, van de boxer in The Hitter tot de prostituee in Reno en de Mexicaanse immigranten in Matamoros Banks. Ook zijn afkeer van de oorlog in Irak heeft op deze plaat een plek gekregen in het indringende titelnummer.

Op dit album maakt Springsteen ook volop gebruik van het bereik van zijn stem. Vaak klinkt hij ingetogen, zacht en vol. Een enkele keer maakt hij ook gebruik van zijn kopstem. Daar moet je van houden; ik was er zelf niet kapot van. De enige stem die op dit album ontbreekt is de overdonderende rockstem die hij bij zijn E-street-avonturen laat horen. Maar dat is bij deze nummers geen gemis; het zou alleen maar afleiden van de essentie: de tekst.

Een klein opvallend puntje (ik schreef het al eens eerder op deze site) Het nummer Devils & Dust lijkt verdacht veel op het wat oudere nummer Blood Brothers (wat ooit als nieuwe bonus op een Greatest Hits album gezet is). Ik wil the Boss niet beschuldigen van gebrek aan inspiratie hoor, maar...
De stem en muziek in Blood Brothers is lichter, vrolijker, melodieuzer dan het wat zwaarder en donker klinkende Devils & Dust maar de (tekst-)opbouw van het nummer, de langzaamaan zwaardere aanzet van andere instrumenten en duidelijk de melodie... Misschien ligt het aan mij, maar ik hoor Blood Brothers er dwars doorheen. Klik hier voor de volledige videoclip van Devils & Dust (even kort reclame-clipje afwachten) en hier voor het volledige nummer Blood Brothers. (Klik op nr. 17. De kwaliteit is niet super maar het is de enige online versie die ik kon vinden...).
Oordeel zelf.

Springsteen bewijst met dit album nog altijd tot de groten te horen. Hij is als geen ander in staat om in slechts enkele zinnen de hoop en de wanhoop te beschrijven die de hoofdpersonen in zijn liedjes altijd beleven. Om maar met een cliche te eindigen: deze plaat mag in geen enkele collectie ontbreken...


Bruce Springsteen, Devils & Dust
Sony, april 2005


September 2005

De naam Patti Scialfa doet waarschijnlijk weinig mensen een belletje rinkelen. Als je erbij vertelt dat zij al jaren de echtgenote van Bruce Springsteen is, en "die rooie achtergrondzangeres van de E-street band", dan zeggen de meesten "Oooh, die!"

Deze dame is afkomstig uit New Jersey (formaly known as Bruce Springsteen's Hometown, nu officieel het toneel van hitserie The Sopranos's). Eind jaren 70 begon Patti haar muzikale carriere. In haar studietijd speelde ze van straathoeken tot clubs tot Bruce haar in 1984 vroeg om de E-streetband te vergezellen in de "Born in the USA" world tour. In de tussentijd bleef ze haar eigen nummers schrijven en demo's opnemen. Uiteindelijk kreeg ze bij Columbia Records een contract waarmee ze haar debuutalbum Rumble Doll opnam.

Veel mensen vinden Patti niet bepaald een aanwinst voor de E-street band (mijzelf incl.). Ik kan haar als artiest met zo'n karakteristieke stem best waarderen maar ik vind haar geen aanwinst voor de rockband.
Toch heeft ze solo best wel wat in haar mars. Van de stem van deze vrouw moet je houden. Ze heeft een apart stemgeluid, wat zowel doorleefd als breekbaar klinkt.Op de dvd Bruce Springsteen Live in New York laat ze een coupletje horen van het titelnummer Rumble Doll. Tekstueel gezien misschien geen hoogstandje maar vocaal en muzikaal prachtig. Luister hier naar een fragment.

Dit geldt eigenlijk voor de hele cd Rumble Doll. Door Patti's indringende stem en de goedklinkende melodieen is het een aardig album. Aan de de toetsen- en drum arrangementen kun je wel goed horen dat het album gedateerd is (1993) maar de melodie lijnen en stem maken een hoop goed.

Al met al klinkt het een beetje overgeproduceerd (door Mike Cambell maar manlief Springsteen helpt hier en daar ook een handje mee), met net iets teveel arrangementjes en achtergrondstemmetjes. Ik had Patti graag horen zingen met alleen een kale akoestische gitaar, maar misschien horen we dat op haar nieuwe album 23d Street Lullaby wel. Dus ... wordt vervolgd.


Patti Scialfa, Rumble Doll
Sony, juli 1993



Honeydoll




Archief
June 2004 July 2004 October 2004 September 2005







Wednesday, September 28, 2005

Oude recensies


Ted Russell Kamp heeft in zijn jonge leven al een flinke cv opgebouwd. Hij groeide op in Hudson River Valley in New York, om daarna via Seattle naar L.A. te verhuizen. In '98 richtte hij samen met Chris Murphy de band Ponticello op en maakte daarmee 4 albums.Daarnaast speelde hij als sessiemuzikant met grote namen zoals o.a. Candye Kane, Wilson Phillips en Gene Edwards.
Tussen de bedrijven door heeft Kamp de tijd gevonden om zelf een album te schrijven en te produceren: NorthSouth.
Dat Ted Kamp niet alleen gezegend is met een vlotte pen en de stem van een jonge Steve Earl lees ik bij de credits: meneer Kamp speelt zelf de basgitaar, elektrisch, bariton en akoestisch gitaar, wurlitzer, piano, hammond orgel, trompet, trombone en percussie. Impressive!

NorthSouth openbaart zich bij de eerste intro van openingsnummer Blue Eyed Soul meteen als een op en top countryrock album, waarin invloeden van the Byrds en the Flying Burrito Brothers (lees: Gram Parsons) duidelijk hoorbaar zijn. Dit hoor je ook duidelijk terug in de nummers Steady At The Wheel (fragment) en One More Chance (fragment). Het nummer The Arms Of A Stranger (fragment) doet zowel qua sfeer als qua zang sterk denken aan Through The Morning Through The Night van Dillard & Clark, inclusief pedal steel rifje.

Grappige bijkomstigheid is dat Ted Kamp zijn wortels in Nederland heeft: zijn vader groeide op in Heilo en Alkmaar en de broer van zijn opa was Piet van de Kamp die ooit voor Ajax voetbalde. Ik hoop dat deze singer/songwriter Nederland als tweede vaderland beschouwd en ons gauw komt verblijden met een optreden.

Conclusie: voor liefhebbers van altcountry en countryrock een echte aanrader.





Ted Russell Kamp, NorthSouth
POMO Records, 2004



posted by Noor on 4:01 PM

Monday, October 18, 2004

Sopranos



Dit is een site over muziek. En dat wilde ik eigenlijk graag zo houden, maar voor deze ene keer maak ik een uitzondering: The Sopranos




Een maffiaserie. Of maffiasoap misschien. Het gaat hier alleen niet over een authentieke maffia met landhuizen, paarden en olijfgaarden, maar om Tony Soprano (James Gandolfini). Gevestigd in de industriele voorsteden van New Jersey en hoofd van twee families: de maffia en zijn gezin.

Het verhaal: De grote maffiabaas die in de meeste films zo geromantiseerd wordt, is niets meer dan de uitgebluste huisvader die last heeft van midlife-crisis en recessie. Dit beeld wordt meteen al mooi neergezet in de leader, waarin we Tony (grote sigaar rokend) zien rondrijden in zijn auto in de ietwat deprimerende stad New Jersey, met haar grote afvalverwerkingsbedrijven en olieraffinaderijen terwijl we de wat dreigend klinkende titelsong"Woke up this morning horen (door de band Alamabama 3).

De ene familie van Tony bestaat uit zijn vrouw Carmella (een ambitieuse vrouw die heen en weer wordt geslingerd door het het genot van haar luxe leven en status en de wroeging en schuldgevoelens die ze daardoor heeft), hun dochter Meadow (op een leeftijd waarop ze vraagtekens zet bij alles en met name haar vader, klaar om naar de universiteit te gaan), zoon A.J. (een doorsnee, wat luie Amerikaanse highschool puber die nog niet zo goed doorheeft wat er in hun gezin aan de hand is) en moeder Livia; een narcistische manipulerende feeks. En hoewel hij tegenover de buitenwereld angstvallig volhoud dat hij in de "afvalverwerking" zit, is er ook nog die 'andere' familie.
De andere familie; de maffia. Een greep uit deze familie: Neef Christopher Moltisanti (die nog onderaan de ladder staat maar vastbesloten is het helemaal te maken binnen de maffia), Uncle Junior (oom van Tony en formeel nog het hoofd van de familie, maar door darmkanker en een naderende FBI-rechtzaak op nonactief), conseliere (vertrouweling van de baas) en eigenaar van de Bada Bing stripclub Silvio Dante (verrassend goed acteerdebuut van Steve van Zandt, beter bekend als Little Stevie uit de E-streetband), "Big Pussy" Bonpensiero (die opgepakt wordt voor heroinehandel, een deal sluit met de FBI en dus niet helemaal 'clean' is), Ralph Cifaretto (die samen is met de vrouw van de inmiddels overleden beste vriend van Tony en dus stiefvader van Tony's peetzoon) en nog vele, vele anderen.



Silvio en Tony; Steve van Zandt en James Gandolfini



Handen vol dus voor Tony. Niet verwonderlijk dus dat hij last heeft van stress en daardoor last heeft van paniekaanvallen, driftaanvallen, huilbuien en hallucinaties. Lastig, en zeker in zijn vak. Daarom bezoekt hij Dr. Jennifer Melfi, een psychiater. Een vrouw ook nog. Dat is absolutely not done binnen de maffia. Zowel Tony als Dr. Melfi worstelen dan met hetzelfde probleem; de een met de 'omerta' (de zwijgplicht binnen de maffia), de ander met beroepsgeheim.


Tony bij dr. Melfi (Lorraine Bracco)



Het is moeilijk om de serie te beschrijven. Er zijn zoveel personages en verhaallijnen dat het eigenlijk niet na te vertellen is. Gezinssproblemen, conflicten met de therapeute, mislukte zakelijke transacties, contacten met corrupte politici en (FBI-)agenten, gepromoveerde of gedegradeerde leden van the family... het loopt allemaal door elkaar.

Wat ik zo goed vind is het hedendaagse actuele aspect. De oorspronkelijke schrijver David Chase (inmiddels is er een team van schrijvers) en de producers zetten geen ongeloofwaardige rijke maffiafamilie neer die met grote drugstransacties miljoenen verdienen, maar een kleine tak in New Jersey's georganiseerde misdaad die het moeten hebben van het overvallen van trucks met dvdspelers of spelcomputers, het illegaal gokken op paarden of football en het afpersen van prominenten in de stad. Geen miljoenen, maar het bij elkaar harken van enkele duizenden dollars. Weg misdaadromantiek.

Ook worden acuteel, soms specifiek New Jersey-nieuws zoals de economische recessie na 9/11, een nieuwe burgemeester of het conflict tussen Italianen en Indianen op Columbusday allemaal verweven in het verhaal.


Daarnaast is elk personage tot in de puntjes uitgewerkt. Iedere rol heeft een eigen achtergrond, karakter en motief, wat gedurende de serie allemaal heel duidelijk wordt weergegeven zonder dat het 'too obvious' door de strot wordt geduwd.

Misschien komt dit ook door het feit dat de producenten maffia-deskundigen van de FBI hebben ingehuurd om de scriptschrijvers te adviseren zodat er absoluut een geloofwaardig en realistisch verhaal wordt verteld. Dit gaat allemaal gepaard met een flinke dosis subtiele zwarte humor zonder dat het een persiflage wordt of een slapstick lijkt. Nooit geweten dat grof geweld zo grappig kon zijn.




Tony en zijn 'family' voor slagerij Satriales



Dat ik een grote fan ben van maffiafilms in het algemeen en deze serie in het bijzonder kun je hierboven wel lezen. Maar ik ben niet de enige. Inmiddels is er een grote levendige "Sopranos-community" actief. Op internet zijn er vele fanpages te vinden met de uitgeschreven scripts, maffia-leefregels, quotes, screensavers, ringtones etc. En natuurlijk helpt de kabelzender HBO een handje mee met Sopranodvd's, soundtracks, t-shirts, cocktailglazen, onderzetters, asbakken, een heus Soprano Family Cookbook. In New Jersey kun je zelfs een Sopranos Location Tour maken. Voor 40 dollar krijg je een tour langs 40 Sopranos locaties: "Take a peek inside Bada Bing’s, go to Satriales; Tony's pork store hangout, sit on the steps of the diner where Chris was shot and visit the spot where Big Pussy spoke with the FBI". Goudmijntje dus.


The Sopranos is verslavend als een soap en realistisch geweldadig als een Tarantinofilm. Seizoen 4 is onlangs door de Vara uitgezonden en op het definitief laatste vijfde seizoen moeten we nog even wachten want dat wordt op dit moment in Amerika uitgezonden. Maar als je vooraan wilt beginnen zijn alle dvd's (seizoen 1 t/m 4) bij mij te leen.

Zien!!






The Sopranos: the complete fourth season
Warner Home Video 2004


posted by Noor on 2:23 PM

Thursday, July 08, 2004

Dixie Chicks



Een typisch geval van wat de amerikanen noemen "you hate 'em or you love 'em": the Dixie Chicks.
Eerst even een korte bio: the huidige formatie van de groep ontstond toen violiste Marty Maguire ('69) en haar 3 jaar jongere zus Emily Robison na verschillende bandwisselingen in '95 de zangeres Natalie Maines ('74) tegen het lijf liepen. Of het komt door het karakteristieke stemgeluid van Natalie (wat ik al eerder beschreef bij de Sheryl Crow cdreview), doordat de dames er net zo prettig uitzien als dat ze klinken, of doordat ze na komst van Miss Maines zich een iets meer main-stream geluid eigen maakten, feit is dat het vanaf toen hard ging met de band. In amper 10 jaar tijd hebben ze ontelbare grote awards gewonnen (waaronder 7 Grammy's, 4 American Music Awards en talloze billboard- en country awards). Pikant detail: de dames trakteerden zich aanvankelijk na elke belangrijke muzikale mijlpaal op een kleine kippenpoot-afdruk-tatoeage op hun voet maar zijn daar na verloop van tijd mee gestopt. (Voet vol, denk ik).
Een ander opvallend detail: Natalie Maines heeft een uitgesproken mening over politiek en met name over Bush en de oorlog in Irak. Zo zei ze ooit in een interiew dat ze zich schaamde dat een boer als Bush ook uit haar home-state Texas kwam, waarna half Amerika over haar heen viel en de Dixie Chicks geboycot werden door veel populaire radiostations. Daarna deden veel bekende artiesten (zoals o.a. Bruce Springsteen) een persbericht uit waarin ze zich schaarden achter Natalie en verwezen naar het recht op vrije meningsuiting. Wat weer gratis publiciteit opleverde voor de band.

Maar goed. 'T gaat om de muziek. Ze komen allen uit een muzikale familie; vader Maines is ook een bekende producer en steel guitar speler, de zussen spelen bijna hun hele leven en lijken vergroeid met hun instrument. En dat hoor je.



De eerste dvd An Evening With the Dixie Chicks is semi-akoestisch. Doordat ze het geluid niet dichtsmeren met bas en drums hoor je hun muzikale en vocale kwaliteiten erg goed. De stem van Natalie klinkt scherp maar bijzonder zuiver, en dat met een onvoorstelbaar volume. De zussen nemen de 2e en 3e zang voor hun rekening en dat doen ze zo goed dat hun zang als een extra laag op de muziek ligt. Mooi!
Jammer dat ze weinig eigen nummers schrijven. Ze brengen trouwens 2 nummers van Patty Griffin... wat is de wereld toch klein! White Trash Wedding is wel van eigen hand. Een behoorlijk fout maar aanstekelijk en geestig countryliedje, waarin ze met een sneer en vol zelfspot verwijzen naar het tweede huwelijk van Mrs. Maguire.
Op deze dvd staan vrij veel ballads, waaronder een paar hele mooie (Travelin' Solider, Wide Open Spaces) maar ik hoor ze liever meer uptempo, zoals in Truth nr. 2, Goodbye Earl en Sin Wagon. Die laatste twee hebben ook een groot effect op het publiek, dus ik vermoed dat het hits waren in Amerika.
Conclusie: mooie blue grass/country/pop achtige liedjes, erg goed gebracht en de dames hebben ook een geweldige band achter zich, maar helaas toch met een nogal hoog fout-country-soep-jurken gehalte. Wat ik altijd erg kan waarderen en waarin Natalie erg goed is: de humoristische kanttekeningen bij bijna elk nummer.



Dvd nr. twee dan: Top Of the World Tour. Waarschijnlijk op advies van een of andere styliste zijn de Dixie Chicks een metamorfose ondergaan. De dames zijn enkele kilo's lichter en hipper dan ooit. Een ander groot verschil is dat deze dvd dus niet akoestisch is, maar dat is zeker geen nadeel. Natalie zou zonder microfoon ook het hele stadion bereiken en de liedjes die ze hier brengen verdienen deze spektakelshow wel. De gigantisch grote ronde lichtgevende vloer wordt bij bijna elk nummer versierd met een ander motiefje en aan het einde van de dvd komt er een grote texas windmill uit de vloer. Weer es wat anders, toch?
Eerder genoemd nummer, dit keer als opening Goodbye Earl (wat overigens gaat over een mevrouw die na mishandeling met een vriendin haar echtgenoot om zeep helpt, waarna de Dixie Chicks een officiele verklaring hebben gegeven over dat ze moord op echtgenoten niet goedkeuren, pfff!) zet meteen de toon. Eerst verschijnen de Chicks uit de vloer, en na de intro de hele band. Dat hakt erin bij het publiek! Ook op deze dvd staan wat ballads, maar hier hebben ze toch meer gekozen voor het betere dixie-swing-werk. Oudere nummers als Some Days You Gotta Dance, There's Your Trouble en Ready To Run komen aan bod, als ook het bijna smartlap-achtige Hello Mr. Heartache wat mij al naar gelang mijn humeur laat lachen (omdat 't een heerlijk traditioneel fout countrynummer is) of laat huilen (om precies diezelfde reden).
Tekstueel vind ik Long Time Gone erg goed, vooral de originele verwijzingen naar oldtime country legendes:

"We listen to the radio to hear what's cooking
But the music ain't got no soul
Now they sound tired but they don't sound Haggard
They got money but they don't have Cash
They got junior but they don't have Hank"
etc.



Waar ik in het begin aan moest wennen: de dvd is een groot knip- en plakwerk van elk optreden van de hele tour. Dat betekent dat je in letterlijk ieder shot de dames in een ander kapsel en een ander outfit ziet. Vreemd genoeg hoor je niks van al dat geknutsel terug in het geluid. De muziek en de zang lopen overal synchroon met de beelden en als je alleen het geluid aan zou zetten zou je nooit doorhebben dat de dvd uit verschillende concerten bestaat. Wat op zich ook wel weer knap is van de knip- en plakmeneer van Sony music.
Conclusie: goeie restyle, en ook leuk om de band eens in een stadionshow te zien. Maar al die 'hipte' past niet zo heel goed bij het genre en bij de band zelf (met uitzondering van Miss Maines misschien, die zich goed lijkt te vinden in haar nieuwe popzangeres-rol).
Aangezien er zo veel in gemonteerd is, kun je zien dat de dames steeds op de goeie (lees: dezelfde) plek staan en dat de show dus tot in den treure gerepeteerd is, waardoor er weinig ruimte lijkt voor spontane uitspattingen en praatjes tussendoor. Ik weet niet zeker of dat met de eerste dvd wel het geval was, maar ik zou persoonlijk graag eens een liveoptreden zien van de Dixie Chicks waarin ze beide optredens met elkaar combineren. Dus iets minder gelikt, Amerikaans en pop, maar ook niet te fout, Texas en country.
Of vraag ik nu teveel?




"An Evening With the Dixie Chicks"
Sony Music 1999

"Top of the World Tour"
Sony Music 2003


posted by Noor on 4:48 PM

Monday, June 21, 2004

Sheryl Crow and Friends: Live from Central Park




Livecd's (en dvd's), altijd een hekel punt. Want de artiest zou live zo ongeveer hetzelfde moeten klinken als op het studioalbum (anders is hij of zij bijgeschaafd in de studio) maar dan met wat extra's. Een tandje bij, zeg maar. Je koopt een live-album voor de solo's, de bruggen, de verhalen tussendoor, de reacties van het publiek. Al het concertmateriaal wat ik van Sheryl Crow heb gezien heeft dat net niet. Ze is live behoorlijk goed, daar gaat 't niet om. Maar ze is 'steady as a rock'. Niks geen vocale uitspattingen, geen grappen tussendoor. Bijna alsof je het album opzet met wat gejoel eronder gemonteerd.

Maar gelukkig heeft dit album wel dat kleine beetje extra. Waarschijnlijk komt het door de gastmuzikanten die haar bij dit optreden vergezellen. Sheryl and Friends. En die vrienden, dat zijn niet de minsten: the Dixie Chicks, Stevie Nicks, Chrissie Hynde, Sarah McLachlan en zelfs Keith Richards en Eric Clapton spelen allemaal een nummertje (of meer) mee. Da's de moeite! Het album is opgenomen in Central Park, wat volgens mij de plek bij uitstek is voor zo'n concert. De cd begint met een swingend "Everyday Is A Winding Road" met behulp van Ash Sood-percussion, wat een behoorlijk spanning-opbouwende intro oplevert. En die spanning houdt Sheryl het hele album vast.

Want dan begint de fun pas echt. Na een aantal solonummers (waaronder een vocaal behoorlijk sterk "Leaving Las Vegas") komen de Dixie Chicks haar helpen met "Strong Enough". In vergelijking met de genuanceerde Sheryl heeft Natalie Maines een stem als een windboei, scherp en hard. Maar dat contrast maakt het nummer interessanter dan de oorspronkelijke versie.
Stevie Nicks komt voorbij met "Gold Dust Woman" (overigens zonder Miss Crow). Keith Richards speelt en zingt samen met Sheryl en Chrissie Hynde z'n enige solohitje "Happy" en Eric Clapton mag meedoen met "White Room".

De grote klapper bewaren ze (terecht) voor het eind. Met de gehele sterrencast spelen ze Bob Dylan's "Tombstone Blues" wat zo enthousiast gedaan wordt dat alleen dat ene nummer de aankoop van deze cd al waard is. Misschien maken de gastmuzikanten goed wat ik bij Sheryl Crow eigenlijk altijd mis: de vocale uitschieters. Haar liedjes zitten qua opbouw en tekst prima in elkaar, maar haar stem maakt het allemaal nogal vlak en mainstream. Natalie Maines en Stevie Nicks hebben allebei zo'n karakteristieke stem dat ze de nummers op een hoger niveau tillen. Verder niks mis met Sheryl, alleen... het kan ook anders.

Van je vrienden moet je 't maar hebben!

Sheryl Crow and Friends: Live from Central Park
Interscope Records 1999


posted by Noor on 11:38 AM

the Dave Matthews Band: The Central Park Concert




Een review van een dvd deze keer: the Dave Matthews Band. Mijn pa was hier een paar maanden geleden erg ethousiast over. "Noor, dit moet je zien". Meestal zit het dan wel goed. En ik was meteen vanaf het eerste nummer ehm... onder de indruk? Verbaasd? Omver geblazen? In het engels is hier wel een goed woord voor; ik was totaal Flabbergasted. In ieder geval; mijn eerste indruk was zeer positief.

Een korte bio: De in 1967 geboren Dave kwam ter wereld in Zuid-Afrika, vertrok toen hij 2 was met gezin naar de States, kwam terug naar Afrika toen hij tien jaar oud was en zijn vader overleed en ging weer terug naar Amerika toen hij klaar was met de middelbare school. In 1991 is in Charlottesville, Virginia The Dave Matthews Band ontstaan. Opmerkelijk detail: in 1994 werd Dave's oudere zus vermoord door haar man en kregen Dave en zijn jongere zus Jane de voogdij over haar kinderen. Op zich een tragische privezaak en ik zou het ook niet vermelden als ik niet zou denken dat deze opmerkelijke levensloop grote invloed zou hebben op zijn muziek en teksten.

Ik ben er niet zo voor om artiesten in hokjes te stoppen en net als iedereen doe ik er zelf net zo hard aan mee. En aangezien een groot deel van muziekminnend Nederland nog nooit van Dhr. Matthews gehoord heeft moet ik toch een soort beschrijving geven. Mijn eerste gedachte was: Bruce Springsteen meets the Counting Crows, en dat met een flinke dosis funk en blues.
Verklaring: Een op het oog niet zo'n grote, kalende dertigplusser die enthousiast op z'n gitaar staat te spelen met een calvinistische no-noncence-arbeiders-instelling die me aan Bruce Springsteen doet denken. Zijn stem roept bij mij Adam Duritz op van the Counting Crows, maar dan zonder de klaaglijke ondertoon. Matthews heeft qua stem een beetje dezelfde klankkleur als Duritz, maar in plaats van stukken tekst die hij wil benadrukken te 'jammeren' (sorry, ik kan het echt niet positiever brengen...) zet Matthews vocaal de gas erop, wat een lager, dieper, bijna bluesachtig effect heeft (wat me dus ook een beetje aan het live-geluid van Springsteen doet denken). Dat laat ie meteen goed horen bij het openingsnummer Don't Drink the Water.

Zijn liedjes zijn onvoorspelbaar, in die zin dat er weliswaar een mooie melodie in zit die meteen prettig in het gehoor ligt, maar dat je de melodie-lijn niet aan ziet komen. Dat je dus niet na het eerste couplet weet hoe het nummer gaat, zonder muzikaal al te ingewikkeld te doen. Als je niet begrijpt wat ik hier bedoel: een goed voorbeeld hiervan is het nummer Crush.
Ik weet niet hoe ze deze stijl tegenwoordig noemen (Rock? Gitaarrock? Indie?) maar de Dave-Matthews-sound is in ieder geval doorspekt met flinke funk-boost wat het verrassend en energiek maakt.

Wat ik nogal vermakelijk vond: de grote verschillen in de band. Een jonge hippe bassist die zo weggelopen lijkt te zijn uit de film Trainspotting en een magere dreadlocks-dragende neger met Matrix-zonnebril die o.a. viool speelt (alsof je ooit een neger viool hebt zien spelen. Viool!!) flankeren de enigzins doorsnee Dave, met ouwe schoenen, zwarte spijkerbroek en (ofcourse!) een grijs overhemd. Een opmerkelijk gezelschap.

Het is op z'n zachtst gezegd vreemd dat Nederland nog steeds niet echt kennis heeft gemaakt met de geweldige muziek van deze man. Amerika is al massaal voor hem gevallen en ook in andere landen in Europa is ie ontzettend populair. Qua stijl past volgens mij precies in de smaak bij festival-organisatoren als Jan Smeets maar ook in de smaak van doorsnee Oor- en Aloha-lezer (no offence...).
De beeldkwaliteit is prima. Gewoon een goeie concert-registratie zonder al te veel knip- en plakwerk, en het geluid is top. De locatie ook: wederom het veelgekozen Central Park in New York. Die New Yorkers hebben ook altijd geluk...!

the Dave Matthews Band "The Central Park Concert"
BMG Distribution 2003


posted by Noor on 11:37 AM

Various artists: King Rockabilly




Ik ben niet zo van de verzamelaars. Als ik een band of artiest goed vind koop ik liever gewoon het album. Heb je meer leuks voor hetzelfde geld. In de eerste instantie dacht ik dus ook: de zoveelste verzamelcd met rockabilly nummers. Maar deze is anders. Het gaat hier namelijk voor de verandering eens niet om een gouwe-ouwe jukebox verzamelaar met Bill Haley, Eddie Cochran, Carl Perkins en al die andere aanbiedingenbak-artiesten.
Het album is samengesteld uit artiesten van King Records, een platenlabel wat gevestigd was in Cincinnati. Ze brachten in de '40's en '50's vooral country en rhythm 'n blues op de markt. Het label bestaat voor zover ik na kan gaan niet meer, maar ze hebben wel voor een leuk stukje muziekgeschiedenis gezorgd. Dit album bestaat uit oude rockabilly, maar dus niet door de doorsnee artiesten.Verder is ie digitaal ge-remasterd, dus de geluidskwaliteit is (voor zulke oude opnames) erg goed.

Rockabilly-insiders zullen me nu misschien een cultuurbarbaar vinden, maar in eerste instantie (her)kende ik geen namen en ook de nummers zeiden me niets. Dan kom je nog es voor aangename verrassingen te staan. Zo had ik nog nooit een vrouwelijke rockabillyartiest gehoord. Lucille Starr van het duo Bob & Lucille bewijst met "Eeny-meeny Miney Mo" dat vrouwen het wel degelijk kunnen (al zal deze Lucille waarschijnlijk tot de uitzonderingen horen).Andere namen die je tegenkomt zijn Joe Penny, Bill Beach, Donnie White, Dave Dudley e.a.

De muziek is nogal veel van hetzelfde maar dat vind ik persoonlijk geen minpunt. Het zijn misschien geen muzikale hoogstandjes, maar zo is het album volgens mij ook niet bedoeld. Het is gewoon een dwarsdoorsnede van een bepaald genre in een bepaald decenium (alle nummers zijn in de '50's opgenomen), maar dan wel erg leuk samengesteld. Lekkere no-nonsence rock 'n roll. Leuk voor op feestjes!

Various artists "King Rockabilly"
Ace Records 2000


posted by Noor on 11:36 AM

Patty Griffin: Living With Ghosts




Definitly een van de beste cd's die ik in de afgelopen maanden heb aangeschaft. Per toeval ergens op een mp3tje gebotst en de cd blind gekocht. Dat zijn meestal de leukste ontdekkingen.

Hierna heb ik nog enkele cd's van haar gekocht, maar deze blijft favoriet. Misschien komt dat doordat het eigenlijk een demo is. Mevrouw Griffin scoorde met deze demo een platendeal, maar de opnames die ze daarna maakte werden afgekeurd. Uiteindelijk besloot de platenmaatschappij om in plaats van een album, de demo dan maar uit te brengen.
Resultaat is een verzameling van ruwe akoestische opnames met een prachig kaal geluid. De stem van Patty doet in sommige nummers een beetje denken aan een rauwe Emmylou Harris. Ze schrijft mooie verhalende teksten met hier en daar een cynische sneer.
Op deze eerste cd is Patty nog niet echt stijlvast en de muziek schiet een beetje heen en weer van country ("Sweet Lorraine", alweer een plattelandsmeisje met een slechte jeugd), tot singersongwriter/americana ("Moses", een 'Oh wat voel ik me alleen' liedje). Het is allemaal redelijk zwaar op de hand en melancholiek, zowel de muziek als de tekst. Heerlijke muziek mits je in de juiste stemming bent. Ik heb er 1 enigzins 'vrolijk' nummer op kunnen ontdekken: "Mad Mission"; een typisch 'ik-vind-het-helemaal-niet-erg-dat-ik-geen-vent-heb-want-dan-blijft-er-meer-drank-over-voor-mij'- nummer. En daar hou'k dan ook wel weer van.

Patty Griffin "Living With Ghosts"
A&M Records 1996



posted by Noor on 11:34 AM

Chip Taylor & Carry Rodriguez: Trouble With Humans




Iedereen heeft dat wel eens; je vangt ergens wat op en vanaf dat moment kom je het overal tegen en lijkt de hele wereld je aan te kijken alsof jij gek bent, omdat je het nog maar pas geleden hebt ontdekt.

Nou, precies dat gevoel had ik toen ik de cd van Chip Taylor en Carrie Rodriguez kocht. Op internet was ik via veel omzwervingen de Amerikaans-Mexicaanse singer/songwriter David Rodriquez tegen het digitale lijf gelopen. Hij bleek al lang in Nederland te wonen en treedt hier ook wel eens op, maar hij heeft geen platencontract en op zijn website is de laatste tijd weinig actie, zelfs geen mailadres meer. Jammer, want via die website heb ik ooit een (zelfgebrand) cdtje opgestuurd gekregen van David die bijzonder de moeite waard is (ooit een Amerikaan over "De Hoekse Waard" horen zingen?) en opgenomen was in Knegsel, of all places.

Anyway: via meneer Rodriquez kwam ik dus enkele mp3's tegen van Carrie Rodriguez, z'n dochter. Die bleek al een tijdje samen te spelen met Chip Taylor (ja, die van "Wild Thing"). Samen hebben ze twee albums gemaakt: "Let's Leave This Town" (2002) en "The Trouble With Humans" (2003).

Ik bestelde de laatste cd en ik had 'm nog niet binnen of Chip en Carrie waren te gast in een Nederlands radioprogramma en las ik dat miss Rodriguez de studio in was gedoken met JW Roy. Mijn 'nieuwe' ontdekking bleek ineens niet zo nieuw meer...

Op het eerste gehoor lijkt het traditionele 13-in-een-dozijn-country en dat komt denk ik door het nadrukkelijke Texas-hillbilly-accent. Maar als je 'm wat vaker hoort merk je dat het eigenlijk americana is, en ook flinke folk-invloeden heeft. De cd heeft een zondagochtend-sfeertje en laat zich nergens opjagen, maar wordt evengoed nergens saai. Dat Carrie en Chip geen last hebben van een generatiekloof blijkt wel uit de bonustrack, waar ze samen o.a. zingen over de MTV-awards en P. Diddy, waar ze allebei niks mee hebben. Goed gevonden tekst. En dat zonder te vervallen in de 'vroeger was alles beter' klaagzang. Knap!

Chip Taylor & Carrie Rodriguez "Trouble With Humans"
Texas Music Group 2003

posted by Noor on 11:32 AM

Powered by Blogger